De logica van een gokverslaafde: “Wat nou als de volgende zet dat miljoen zou zijn geweest?”

Delen:

 

Online gokken was onlangs weer in het nieuws: tot nu toe illegaal in Nederland maar dat gaat binnenkort veranderen. Vanaf 2020 mag men ook online een gokje wagen. Illegaal gokken gebeurt echter al op grote schaal. De wetswijziging wordt aangegrepen als een manier om meer grip te krijgen op gokken en het uit de illegaliteit te halen maar tegelijkertijd wordt de drempel zo nog lager om een gokverslaving te ontwikkelen. Je hoort regelmatig over alcoholverslaafden, drugsverslaafden, etc. maar over mensen met een gokverslaving wordt eigenlijk maar weinig gesproken. Dat wordt ook wel de verborgen verslaving genoemd. En dat wilde ik met eigen ogen zien. Dus afgelopen week zette ik voet in het Holland Casino. Een gokpaleis dat eigendom is van de Nederlandse Staat. Een bijzonder concept als je het mij vraagt. De overheid verdient aan mensen met gokverslaving.

Met een luier achter de fruitmachine

De gokwereld was voor mij een ver van mijn bed show maar ik was wel al een tijdje getriggerd door de documentaire ‘Gokken, de verborgen verslaving’. Een aanrader om eens te kijken. Het casino heeft voor mij altijd een wat schimmig imago gehad en ik had er dan ook nog nooit een voet binnen gezet. De marketing van Holland Casino werd de laatste jaren meer op ‘een avondje uit’ gericht waarbij vrouwen gezellig op hoge hakken een gokje kwamen wagen. Dat is misschien het publiek dat ze graag zouden willen hebben maar hoe anders vond ik de sfeer tijdens mijn eerste bezoek ooit…: heel veel bejaarden, wat toeristen en vooral veel ‘alleengaanden’.

Zodra ik ‘ingecheckt’ was, kon het avontuur beginnen. Minderjarigen worden zo in ieder geval zeker buiten de deur gehouden. Een goede zaak. Ik had met mezelf afgesproken maximaal 20 euro te verknoeien, puur om wat spelletjes uit te proberen, de sfeer te proeven en hopelijk met wat mensen in gesprek te komen. En dat lukte. Wat ik zag deed me de ogen openen. Minimaal 70 procent bejaarden. De medewerker van het casino refereerde aan hun bezoeken als een vorm van dagbesteding. Dan mag je een aardig pensioen hebben wil je dit soort hobby’s als dagbesteding hebben. Ook een goed aandeel toeristen die hun geluk komen beproeven, oordelende van de vele verschillende talen die ik om me heen hoorde, gecombineerd met padvinders outfits. Maar vooral veel ‘alleengaanden’, starend in de machines met een lauwe koffie ernaast. Ik heb me zelden zo plaatsvervangend eenzaam gevoeld. De foldertjes voor verantwoord spelen met in bulletpoints de symptomen van verslaving netjes opgesteld in een rekje naast de ticketmachine waar de inhoud van je bankrekening eenvoudig wordt omgezet in een waardepapiertje voor de fruitmachine. En gemak dient de mens want die machines slikken ook cash geld en hebben een service bel voor als je een drankje wil. Er zit nog net geen porta potty in de stoel maar daar schijnen ook al oplossingen voor te zijn in de vorm van luiers. Alles om maar te kunnen blijven spelen.

50 op rood of 50 in het rood

Mijn eerste spel bracht me naar Amerika; verschillende indianen, wolven of verenpatronen leverden winst op. Als je tijdens het spelen je klantenkaart van het casino ook in de machine stopte, kreeg je nog extra punten iedere keer dat je op eender welke knop drukte. Na het indianenavontuur ging ik richting de casinoklassieker: de roulettetafel. Boven het spel hing een scherm met de statistieken van de dag: de best presterende nummers, de slechtst presterende nummers. Het aantal keer rood versus het aantal keer zwart. Statistisch gezien zou dat amper moeten verschillen. Toch waren de medespelers zo gefocust op die statistieken dat sommigen van hen een eigen administratie ernaast bijhielden op losse papiertjes. Drie Duitsers speelden samen en overlegden bij elke inleg wie waarop zou wedden. Wat het opleverde (of kostte) werd zorgvuldig genoteerd.

De mannen waren benieuwd of ik al aan het winnen was. ‘Nee, dat gevoel had ik althans niet. En jullie?’ Ze waren ‘pas’ enkele uren binnen en hadden nog niet genoeg tijd gehad. Drie Duitsers op zakenreis die wat vrije tijd in het casino kwamen doorbrengen. Eén van hen stond momenteel op 70 euro winst. De andere twee in het rood. Maar ze waren ervan overtuigd dat het verloren geld nog teruggewonnen kon worden. De statistieken gaven immers goede kansen aan voor de nummers 35 en 7. Die presteerden goed én waren al een hele tijd niet meer winnend geweest dus dat moest elk moment weer komen. Ik kon er enkel een vriendelijke glimlach uitpersen en zette mijn laatste 2,50 op enkele random nummers in. Het lot bepaalde dat het spel hiermee eindigde voor mij. De trap naar beneden, ironisch genoeg naar het licht, lonkte. Tijd om uit te checken. Bij het verlaten van het casino deelde ik mijn zorgen over de gokverslaafden die hier komen. Ik werd ervan verzekerd dat dat heus erg meevalt: slechts 0,3% van de bezoekers is gokverslaafd. Met alle respect: toch lijkt me dat moeilijk te geloven als ik de cijfers en wat ik zelf gezien heb ernaast leg.

Ja maar wat als?

De medewerker verzekerde me ook dat men getraind wordt in het herkennen van een gokverslaafde en dat er met bezoekers gesproken wordt als ze te vaak komen. Natuurlijk ben ik geen verslavingsdeskundige maar ik denk wel als ik dit zie dat het niet per se gaat om het rijk worden. Het is de rush die het spelen je geeft. De dopamine die vrijkomt als er drie meloenen op een lijn staan met het bijbehorende gejuich uit de machine waardoor je meer wilt. En dan statisch gezien waarschijnlijk alles weer verliest. Maar je blijft geloven dat je dat geld weer terug kunt winnen, en meer zelfs. Op het moment dat ik drie indianen in een bijzondere ‘winlijn’ kreeg inclusief gejuich voelde ik het ook even: wauw, nu wil ik meer inzetten en dit weer verdubbelen. Natuurlijk ging het daarna enkel bergafwaarts. 20 euro for the sake of the article. Daar kan ik prima mee leven. ‘Maar wat nou als de volgende zet dat miljoen was geweest?’ Zoals één van de Duitsers me vroeg toen ik stopte bij de roulette tafel. Tja, dat zullen we (gelukkig) nooit weten…